
Ouders moeten inderdaad specifiek hun zonen of dochters van 12 tot 15 jaar extra opvolgen wat betreft het gebruik van smartphone en sociale media Deze jongeren verwachten dat ook. Zij zijn het immers die op vlak van zelfcontrole in die leeftijdsfase, en specifiek rond hun mediagebruik, extra hulp kunnen gebruiken. Zelf erkennen zij het feit dat sociale media wel degelijk risico’s inhouden. Want digitaal weerbare jongeren zijn beter beschermd tegen de gezondheidsrisico’s van smartphone en sociale media.
Vrijdag 7 december stelden de Onafhankelijke Ziekenfondsen op het symposium ‘Gezond opgroeien in digitale tijden’ hun cijfers, inzichten en trends over de digitale leefwereld van jongeren (12-23 jaar) voor. Ik kon er zelf niet bij zijn, maar ik las wel doorheen de resultaten, bekeek wat tweets en beluisterde enkele stukken van het symposium via YouTube. Men pakte uit met het besluit dat 80% van de jongeren elke dag gemiddeld iets meer dan anderhalf uur op de smartphone zit en daarin 47 keer per dag de smartphone checkt. Ik werd vooral getriggerd door enkele nieuwsberichten die ik in de kranten las waar blijkbaar de ongerustheid vooral heerste dat ouders té weinig hun kroost in de gaten houdt, en daarnaast dat de helft van de jongeren zich verslaafd zou voelen aan zijn smartphone.
Wat heb ik nog onthouden uit dit onderzoek en het debat?
- Op school is er plaats voor de smartphone, maar is er zeker nog groeimarge wat betreft didactisch gebruik ervan. Jongeren zijn tegen een totaal verbod.
- Uit de bevraging blijkt dat ‘slechts’ 36% van de ouders aan (wat wij mediapedagogen) ‘pro-actieve monitoring’ doen wat sociale media betreft. Wat dan gaat over het opleggen van restricties (regels en verboden) en het geven van advies. Als je echter in de cijfertabellen duikt, kunnen m.i. volgende bedenkingen gemaakt worden:
- Kunnen jongeren zelf beoordelen of hun ouders waken over hun sociale mediagebruik? De vragen die hiervoor gebruikt werden zijn misschien toch niet differentiërend genoeg. En is het net niet een eigenschap van ‘goed ouderschap’ om deze vorm van opvoeden quasi onopvallend te laten gebeuren, zodat internalisering van regels en normen heel natuurlijk gebeurt?
- Wat trouwens geruststellend is, is dat 12 tot 15 jarigen opvallend meer deze pro-actieve monitoring rapporteren (62%), tegenover 16-18 jarigen (33%) en 19-23 jarigen (18%). Het is immers zo dat tijdens de vroege adolescentie jongeren als het ware een ‘terugval’ kennen in hun vermogen tot zelfcontrole (o.a. door een verhoging van hun dopamineniveau in combinatie met de meestal net verworven smartphone met de oneindige stroom aan alerts) en dat dit een cruciaal moment is waarop ouders sturend moeten zijn wat betreft het gebruik van smartphone en sociale media. Hier worden anders gewoontes gevormd die moeilijk weer af te leren zijn. Opvallend is wel dat deze afspraken over tijd slechts op de vijfde plaats staan in de adviezen die ouders hen dan geven (maar ook hier wel veel meer bij de jongste groep adolescenten).
- En tenslotte bevestigt dit onderzoek opnieuw mijn stelling dat jongeren wel degelijk deze pro-actieve monitoring door hun ouders appreciëren (en ook hier zijn het vooral de 12 tot 15 jarigen die hier positief over rapporteren). Dus ouders, ondanks het feit dat grenzen stellen op vlak van mediagebruik geen evidentie is, blijven volhouden!
- En dan het derde thema ‘het gevoel verslaafd te zijn’. Daar ligt het gemiddelde op 45%. Belangrijk om ons daarbij bewust te zijn van het feit dat dit over zelfrapportage gaat. Hierbij zijn het met name de oudere adolescenten die zichzelf ofwel herkennen in het ‘moeilijk zonder kunnen’ of andersom aangeven dat ze makkelijk zonder kunnen. Wat iets zegt over het feit dat jongere adolescenten misschien minder efficiëntere zelfbeoordeling hebben op vlak van smartphonegebruik. De hoge cijfers op de vraag ‘mijn familieleden zeggen me dat ik verslaafd ben’ bevestigen ook hier het verhaal dat ik op ouderavonden vaak te horen krijg.
- Tenslotte wordt bevestigd dat, ondanks alles (ongewenste zaken posten, ervaren van sociale druk, cyberpesten, …), jongeren toch redelijk mediawijs zijn. Zo vindt slechts 30% van de jongeren dat hun ouders overdrijven wat betreft de risico’s op sociale media.
Voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen is het belangrijk dat scholen, ouders, de overheid, jongerenorganisaties, … jongeren sensibiliseren rond deze risico’s en samen zoeken naar een goede digitale balans. Want hoe digitaal weerbaarder jongeren zijn, hoe beter ze ook beschermd zijn tegen de gezondheidsrisico’s die de smartphone en sociale media met zich meebrengen, zowel op mentaal als fysiek vlak.
Ontdek de volledige enquête op www.mloz.be.
DN, 9 december 2018.